Al jaren zoeken opdrachtgevers en zelfstandigen naar hetzelfde antwoord: wanneer is iemand werknemer en wanneer zelfstandige? Twee wetsvoorstellen beloofden dat antwoord te geven. Het wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden introduceerde een beoordelingskader waarin eerst gekeken werd naar indicaties voor werknemerschap, gevolgd door een toets op indicaties voor zelfstandig ondernemerschap. De Zelfstandigenwet verschilt daarvan omdat er in beginsel gekeken wordt naar de zelfstandige, via de Zelfstandigentoets, gevolgd door een werkrelatietoets.

Begin 2026 veranderde dit hele speelveld. Het kabinet schrapte het toetsingskader van de VBAR en wees de Zelfstandigenwet aan als nieuwe koers. Het rechtsvermoeden van werknemerschap ging een eigen weg en werd al wet. Dit artikel neemt je mee door de actuele stand van zaken. Je leest wat er verandert voor opdrachtgevers en voor zelfstandigen.

 

Wat was de VBAR ook alweer?

De Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) beoogde de wettelijke criteria, gebaseerd op het Deliveroo-arrest, om de beoordeling van arbeidsrelaties te verduidelijken. Minister Van Hijum diende het wetsvoorstel op 7 juli 2025 in bij de Tweede Kamer.

Het beoordelingskader bestond uit twee onderdelen. De eerste toets keek naar kenmerken van werknemerschap. Daarbij ging het onder meer om de aansturing van het werk. Ook werd bekeken of de werkzaamheden structureel onderdeel waren van de organisatie. De tweede toets richtte zich op zelfstandig ondernemerschap. Daarbij telden onder meer het financiële risico, het ondernemerschap en de duur van de opdracht mee.

Vond er vooral inhoudelijke aansturing plaats? Dan wees dit op een arbeidsovereenkomst. Woog het zelfstandig ondernemerschap zwaarder? Dan was sprake van een zelfstandige werkrelatie. Bij twijfel bepaalde de rechter welke kenmerken het zwaarst wogen. Naast dit toetsingskader bevatte de VBAR een tweede onderdeel: het rechtsvermoeden van werknemerschap. Zelfstandigen met een laag uurtarief beroepen zich hierdoor eenvoudiger op een arbeidsovereenkomst. Dit onderdeel bleek het meest kansrijke deel van de wet.

 

De Zelfstandigenwet: ondernemerschap als vertrekpunt

De Zelfstandigenwet koos een andere invalshoek. VVD, D66, CDA en SGP dienden dit initiatiefvoorstel in als tegenhanger van de VBAR. De wet beschrijft wanneer iemand zelfstandige is, in plaats van wanneer iemand geen werknemer is. De zelfstandigentoets bestaat uit vijf hoofdcriteria. Ondernemersrisico, het zelf werven van klanten en het beschikken over eigen bedrijfsmiddelen horen daarbij. Aanvullende voorwaarden gaan over voorzieningen voor pensioen en arbeidsongeschiktheid. De internetconsultatie over de Zelfstandigenwet liep tot 23 juni 2025. Onderzoek van Knab wees uit dat ruim 70% van de zzp'ers positief stond tegenover het voorstel.

twee pratende vrouwelijke collega's

 

De koerswijziging van 2026

Begin 2026 veranderde het speelveld volledig. Op 30 januari 2026 presenteerden D66, VVD en CDA hun coalitieakkoord ‘Aan de slag’. De partijen kozen voor een nieuwe route tegen schijnzelfstandigheid. Op 6 maart 2026 maakte het kabinet die keuze concreet. Het verduidelijkingsdeel van de VBAR, de toets op aansturing en ondernemerschap, verdween van de wetgevingsagenda. Het rechtsvermoeden van werknemerschap bleef staan en kreeg voorrang.

Een Kamerbrief van 9 april 2026 wees de Zelfstandigenwet aan als opvolger. Ondernemerschap wordt het nieuwe vertrekpunt voor de beoordeling van arbeidsrelaties. De Zelfstandigenwet gaat nog naar de Tweede Kamer. Een beoogde invoeringsdatum van 1 januari 2028 staat momenteel op de planning. Het rechtsvermoeden ging intussen een eigen weg. De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel op 21 april 2026 aan, de Eerste Kamer volgde op 16 juni 2026. De wet staat sinds 29 juni 2026 in het Staatsblad en treedt op 31 december 2026 in werking. Vanaf die datum geldt: werk je als zelfstandige voor €38 per uur of minder (peildatum 1 januari 2026)? Dan neemt de wet aan dat je werkt op basis van een arbeidsovereenkomst. De opdrachtgever toont het tegendeel aan bij een geschil.

 

VBAR en Zelfstandigenwet naast elkaar

Onderstaand overzicht zet de twee kaders naast elkaar, zoals de situatie er op 29 juli 2026 voor staat.

Aspect VBAR (oorspronkelijk voorstel)Zelfstandigenwet
UitgangspuntToetsing van werknemerschapDefinitie van zelfstandigheid
Status medio 2026Verduidelijkingsdeel geschraptAangewezen als toekomstig kader
Beoogde invoeringRechtsvermoeden: 1 januari 20271 januari 2028
Basis in jurisprudentieCodificeert Deliveroo- en Uber-arrestEigen definitie naast artikel 7:610 BW
Uitzondering bijverdienersGeen aparte uitzonderingUitzondering opgenomen

 

Wat betekent dit voor opdrachtgevers?

  • Het rechtsvermoeden telt vanaf 31 december 2026, ook voor lopende contracten.
  • Toets contracten onder de €38 per uur nu al kritisch op zelfstandigheid.
  • Bereid je organisatie voor op de Zelfstandigenwet, ook zonder vaste einddatum.

 

Wat betekent dit voor zelfstandigen?

  • Werk je onder de tariefgrens? Dan sta je straks sterker bij een geschil.
  • De bewijslast verschuift naar de opdrachtgever bij een beroep op het rechtsvermoeden.
  • Ondernemerschap blijft het vertrekpunt voor toekomstige wetgeving over jouw positie.
Twee collega's die samenwerken

 

Deliveroo en Uber: de juridische basis

Het Deliveroo-arrest en de beantwoording van de prejudiciële vragen door de Hoge Raad in 2025, zijn belangrijk geweest voor de verdere uitwerking van de VBAR. De Hoge Raad oordeelde dat de kwalificatie van een arbeidsrelatie altijd een integrale weging vraagt. De vrijheid om een opdracht te weigeren of je te laten vervangen, telt daarbij niet als enige factor. Extern ondernemerschap telt volwaardig mee in die weging. Dit raakt ook sectoren waar veel met zelfstandigen wordt gewerkt, zoals de ICT. Bekijk de laatste arbeidsmarktcijfers voor de ICT-sector.

 

Hoe reageerde de sector?

De coalitie van brancheverenigingen ABU, Bovib, NBBU, RIM en VvDN noemde de Zelfstandigenwet een goede stap vooruit. Ze pleitten voor duidelijkere kaders rondom voorzieningen voor zelfstandigen. Vereniging ZZP Nederland steunde het voorstel en noemde het een noodzakelijke stap richting rechtszekerheid. De organisatie vroeg ook aandacht voor bijverdieners en creatieve zelfstandigen, zoals kunstenaars. De Stichting van de Arbeid reageerde gematigd kritisch. Sociale partners gaven de voorkeur aan handhaving van bestaande regels. Ze pleitten voor een koppeling met de Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid voor Zelfstandigen. Meer weten over de achtergrond van de Wet DBA en het handhavingsmoratorium?

 

Visie Vertage

Vertage herkent zich in de nieuwe koers. Wij pleitten al in 2024 voor het opknippen van de VBAR, met het rechtsvermoeden als losstaand instrument. Die stap is inmiddels gezet. We blijven kritisch op ieder toetsingskader dat vertrekt vanuit werknemerschap. Ondernemerschap als vertrekpunt past beter bij de praktijk van opdrachtgevers en zelfstandigen. Vertage volgt de ontwikkelingen op de voet. We pleiten voor heldere regels voor opdrachtgevers, erkenning voor ondernemerschap en een gerichte aanpak tegen schijnzelfstandigheid. Meer weten over hoe je als organisatie omgaat met wet- en regelgeving bij externe inhuur?

Vragen over deze ontwikkelingen?

Neem contact op met het Public Affairs-team van Vertage:
Sem Overduin, public policy & affairs manager
Maaike van Driel, head of legal
Thomas ten Veldhuijs, senior legal counsel

Meer lezen?

Ontdek De ZZPuzzel

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen de VBAR en de Zelfstandigenwet?

De VBAR toetste werknemerschap aan de hand van aansturing en ondernemerschap. De Zelfstandigenwet beschrijft wanneer iemand zelfstandige is. Het kabinet koos in 2026 voor de aanpak van de Zelfstandigenwet.

Welke wet vervangt de VBAR?

Het verduidelijkingsdeel van de VBAR verviel in 2026. De Zelfstandigenwet neemt die rol over, met een beoogde invoering per 1 januari 2027.

Wat houdt de Zelfstandigenwet in?

De wet omschrijft wanneer iemand als zelfstandige geldt, via vijf hoofdcriteria zoals ondernemersrisico en eigen bedrijfsmiddelen.

Welke wet geeft meer duidelijkheid voor zzp'ers?

De Zelfstandigenwet geeft vooraf duidelijkheid over ondernemerschap. Het rechtsvermoeden geeft zelfstandigen met een laag uurtarief een sterkere positie bij een geschil.

Hoe wordt een arbeidsrelatie beoordeeld?

Rechters toetsen aan artikel 7:610 BW, aangevuld met de criteria uit het Deliveroo- en Uber-arrest.

Wat betekent de VBAR voor opdrachtgevers?

Het toetsingskader van de VBAR verdween. Het rechtsvermoeden blijft. Zelfstandigen die onder de 38 euro per uur werken kunnen zelf via de rechter aanspraak maken op een arbeidsovereenkomst. Als de rechter de aanwijzingen hiervoor terecht vindt, kan de opdrachtgever vervolgens deze claim weerleggen op basis van eigen bewijs.

Wat verandert er voor zelfstandigen?

Zelfstandigen onder de tariefgrens krijgen vanaf 31 december 2026 een sterkere positie bij een geschil over hun arbeidsrelatie.

Wat is het rechtsvermoeden van werknemerschap?

Bij een uurtarief van €38 of minder (peildatum 1 januari 2026) neemt de wet een arbeidsovereenkomst aan. De opdrachtgever toont het tegendeel aan.

Hoe verhouden de Deliveroo- en Uber-arresten zich tot de VBAR?

Beide arresten vormden de juridische basis voor het oorspronkelijke toetsingskader van de VBAR.

Welke wet is beter voor opdrachtgevers en zzp'ers?

Het kabinet koos de Zelfstandigenwet als toekomstig kader, aangevuld met het losstaande rechtsvermoeden.